Op avontuur op de Nederlandse snelwegen

Maakt u wel eens wat mee? Nee, wij maken niets mee. Daar zal ik een voorbeeld van geven.

Aan die oude grap van Neerlands Hoop moest ik onlangs denken tijdens een van mijn vele autoritten tussen Dordrecht (woonplaats) en Rijswijk (werkplaats). Steeds dezelfde route  steeds hetzelfde decor. Saai, zou je denken. Maar nee. Autorijden is een avontuur waarin ik me telkens weer verwonder over het gedrag van de automobilisten die de Nederlandse rijkswegen bevolken. Daarom een verslag van een retourtje Dordrecht-Rijswijk waarin de ervaringen van vele ritjes zijn verwerkt.

Ik beschouw me zelf als een sportieve rijder. Te langzaam vind ik erger dan te hard. We rijden op snelwegen, dus snel mag het zijn. Maar soms is de snelweg een wildwestbaan.

wegpiraten

Vrolijk gemutst op weg naar het werk. iPod op shufflestand aangesloten op de auto. Bij de afslag naar de A16 staat een niet zo jonge blauwe Mercedes stil voor het rode verkeerslicht. De wagen beweegt licht heen en weer. De man achter het stuur is de veroorzaker van die cadans. Hij beweegt wild mee op de muziek in zijn auto. De bestuurder is een Turkse meneer met opgeschoren haar op een blokhoofd.

Groen. De Merc wil opschieten. Maar er zitten twee auto’s voor hem. Hij begint ze vervaarlijk op te jagen. Hij toetert, knippert met zijn lichten, haalt rechts en links in. Volkomen opgefokt type. Gümüs on Speed. Op de A16 gaat zijn gevaarlijke rijgedrag verder. Hij duwt iedereen die voor hem rijdt van de rijbaan af. Zit vaak slechts centimeters van zijn voorligger af. Als de weg helemaal vrij is- voor hem althans – spuit hij weg richting Rotterdam. 

Nog net bekomen van deze opwinding, zie ik een bestelwagentje voor me dat niet een, maar twee rijbanen nodig heeft. Steeds weer gaat hij de stippellijn over. Zal ik achter hem blijven of inhalen, desnoods rechts, want de man gebruikt officieel de middelste rijstrook. Ik haal in, rij even naast hem en zie dat hij zit te sms’sen. De man gaat daar zo in op, dat hij niet in de gaten heeft dat ik hem observeer. Zal ik de politie bellen? Ach laat maar. Ik moet naar het werk.

Op de vrachtwagenstrook voor en na en op de Van Brienenoordbrug rijdt een personenauto. Dat mag niet. Maar de derdehands Kia Pride weet dat niet. Het RTL4-gezinnetje, compleet met Ponypark Slagharensticker op de achterruit, kachelt rustig verder. Boven de vrachtwagenstrook hangen drie camera’s . Drie keer kassa voor het CJIB.

Twee keer passeer ik op mijn dagtocht naar Rijswijk een 80-kilometer zone met trajectcontrole: op de A20 en de A13. De meeste automobilisten trappen direct op de rem als ze het verlichte 80-km-bord zien.  Ook degenen die de linkerbaan rijden. Voor wie het niet weet: het stukje weg dat daadwerkelijk met camera’s wordt gecontroleerd is veel korter. Je kunt best nog even doorrijden met een hogere snelheid. Bovendien is dat plotselinge afremmen slecht voor de doorstroming. Al die rode lichten veroorzaken zogeheten spookfiles, files die ontstaan zonder directe aanleiding als een ongeval of wegversmalling.

Even verderop is de ene automobilist boos op de andere. De petiterige Peugeot snijdt zo te zien onbedoeld een stoere zwarte Audi. De Audi pikt dit niet. Gaat dicht op de Peugeot zitten, er naast rijden. De Audirijder steekt de middelvinger op en wijst naar zijn voorhoofd. De Peugeot op zijn beurt remt af en gaat achter de Audi rijden, ook er dicht boven op. Een tweestrijd die op de A20 begon en op de A13 abrupt eindigde toen de Audi rustig ging rijden en de Fransoos een stoot gas gaf.

asociaal

Het is inmiddels donker. Op de middelste baan op de A13 rijdt een zo’n klein Japannertje uit de tijd van de loodhoudende benzine en ontworpen door een blinde vormgever. Dat is allemaal niet zo erg, maar de wagen rijdt 80 tot 90 km en heeft maar een achterlicht. En dat tijdens regenachtige omstandigheden. Ik haal in en zie dat de koplampen niet feller zijn dan twee waxinelichtjes. De vrouwelijke chauffeur  wordt links en rechts ingehaald. Er wordt geseind, maar Miss Toyota heeft niets in de gaten.

Ja, het zijn altijd fijne en relaxte momenten achter het stuur.  En dan heb ik het niet eens gehad over al die weggebruikers die gesloten dubbele strepen overschrijden, de niet-richtingaangevers, de slakken en de Golfjes vol Witte Petjes en Bontkraagjes die elke dag weer voor avontuur zorgdragen.




Twitter, de ik-cultuur in optima forma

Tijdens een literaire avond rond Joost Zwagerman in het Rotterdamse Hotel New York stond Francisco van Jole naast me. Hij was druk in de weer met zijn iPhone terwijl op een podiumpje Zwagerman en Robert Vuijsje werden geïnterviewd over hun boeken. Het was een vrolijk gesprek, maar Van Jole had meer belangstelling voor zijn telefoon. Hij was vermoedelijk aan het twitteren.

Op dat moment had ik net een paar dagen een Twitter-account. Ik wilde meedoen met mijn tijd. Soms ben ik een  early adopter, zoals dat in marketingkringen heet, maar vaker nog ben ik een trendvolger. Naast Facebook en Linkedin werd het ook tijd voor twitter. Iedereen schijnt het te doen, dus waarom ondergetekende niet. Tijdens de verkiezingsavond van woensdag op televisie was er zelfs een speciale twitterdesk waar een vlotte jongeman het twitterverkeer van die avond samenvatte.

twittersucks

Tweede Kamerleden zie je tegenwoordig alleen maar op hun Blackberry turen, de vingers gaan snel over het toetsenbord voor het volgende bericht van maximaal 140 tekens. Wat er verder in de Kamer gebeurt, ontgaat ze. Dat geldt ook voor de ministers en staatssecretarissen. Die twitteren wat af. Geen wonder dat het kabinet is gevallen. Er wordt niet meer gepraat.

Nadat ik me had ingelogd met een twitternaam kwamen er direct zogenaamde followers, mensen die jouw berichtjes lezen. De eerste followers waren Amerikaanse meisjes die ik helemaal niet kende. Op Facebook kom je die ook tegen. Het zijn verkapte sexsellers, de hoeren van de social networks. Maar ik kwam ook bekenden tegen. Zelf ging ik mensen volgen als Danny de Vito, de Nederlandse zanger Waylon en cabaretier Thomas van Luyn. Ik was lid van de wereldwijde familie van twitteraars en tweets, retweets en hoe het allemaal ook mag heten.

Ruim een week bleef ik volgen en droeg af en toe iets zinnigs bij, zoals ik ga macaroni maken, de zon schijnt, ik heb een nieuwe mee-eter en de buurman laat een boer.  Van de anderen las ik ook zeer interessante mededelingen: op naar Hilversum, weer naar huis, de kat eten geven, schijten en koud hè. Toen een zelfbenoemde internetdeskundige me met tweets begon te beledigen over een artikel van mij waarover hij niet tevreden was, trok ik de stekker uit m’n nog verse account.

Twitteren is een uitwas van het internet. Het is de ultieme ik-cultuur, individualistischer kan bijna niet. Waarom zou iemand de hele dag melden waar hij of zij mee bezig is. En wil ik dat allemaal weten? Veel collega-journalisten zweren er bij. Het zou nieuws opleveren, maar wie zegt dat het allemaal waar is wat er wordt beweerd. Hoe zuiver is een tweet uit Iran over tien doden bij een anti-regeringsdemonstratie. Zelfs vijf tweets over hetzelfde onderwerp kan een kwestie van afgesproken werk zijn.

Vorig jaar meldde een Britse jongeman in een rapport van zakenbank Morgan Stanley dat jongeren niet twitteren. Het is te duur. Ze geven de voorkeur aan een sms. Ze hebben wel een account, maar gebruiken die niet. Op de website Molblog lees ik dat jongeren helemaal geen tijd hebben om op alle tweets te reageren. Ze retweeten hooguit op berichten uit een eigen vriendenkring. Bovendien hebben ze er geen zin om in steeds hun gaan en staan te communiceren met anderen.

judgementday

En de ouderen dan? Ik ken geen enkele leeftijdsgenoot (50-plus) die zich met de microblogservice bezighoudt. Er wordt gekscherend over gesproken. Crack for Media addicts, schreef columnist George Packer in de New Yorker die er dus niets van moet hebben.

Twitter maakte me onrustig. Wat moet ik nu weer melden. Heb ik eigenlijk wel iets te melden? Facebook is veel aardiger, je kunt meer kwijt, het is levendig en de opmaak is mooi. Samen met Linkedin lijkt me dat voorlopig wel voldoende. Ik heb geen zin om geleefd te worden door een vogeltje.




De vrouw die geen boeken las

De eigenaresse van de videotheek waar ik al bijna 20 jaar klant ben, leest geen boeken. Ze zei dat de film Mannen die Vrouwen Haten naar het gelijknamige boek van Stieg Larsson zo goed was. Ik zei dat de film al in de bios had gezien en dat die beter was dan het boek, compacter vooral. Wendy, want zo heet mevrouw Videoland, zei toen nooit een boek te lezen. Als ik op een stoel had gezeten, was ik er af gevallen.

Lekker lezen op de bank

Lekker lezen op de bank

Hoe kan iemand nooit een boek ter hand nemen, even wegduiken in de hoek van een comfortabele bank, zacht muziekje op de achtergrond. Mijn leven zou verarmen als er geen boeken waren.

Ik moest deze week weer aan Wendy Videoland denken in tramlijn 17 van het Haagse Hollands Spoor naar de Patentlaan in Rijswijk. Langs die laan staat het patentbureau van de Europese Unie. In het enorme gebouw werken voornamelijk buitenlanders. Buitenlanders die werken?, vraagt Geert Wilders zich af. Jawel, maar dit zijn expats. Dat is een net woord voor buitenlandse werknemers uit voornamelijk westerse landen met een goede opleiding. En het zijn mensen die boeken lezen. Dat doen ze ook in de tram en bij de tramhalte.

Ik lees graag in de trein, maar in de tram, de bus of de metro doe ik dat nooit. Vreemd eigenlijk, maar het komt er gewoon niet van. Ik heb de oortjes van een iPod in. Ik kijk om me heen, zittend, maar nog vaker staand. Zeker bij die laatste houding is het lastig je staand te houden in de zwabberende tram. Laat staan dat je een boek in je hand hebt waarop je je ook nog moet concentreren. De expats schijnen daarmee geen moeite te hebben. Die lezen overal en in elke houding: ondersteboven in de achtbaan in Disneyland, in de bodyscan in het ziekenhuis, tijdens seksuele handelingen, op de wip in de speeltuin, in de rij bij de supermarkt.

Voordeel van die lezende EU-werknemers is dat je aan het boek kunt zien welke nationaliteit ze hebben. Zo kom ik vaak een opvallend mooie vrouw in lijn 17 tegen. Na enkele ritten zag ik dat ze een Franse roman las, in het Frans. Ze kan dus Waals zijn, Frans of Zwitsers. Haïti valt af, ze is blank met rossig haar.  Verder rijden er veel Spanjaarden, Italianen en Britten mee in de tram.

Boeken lezen in het openbaar. Het heeft iets van het leven in grote metropolen. Toen ik als provinciale tiener voor het eerst in Parijs was, viel het me al op dat veel mensen er overal en altijd aan het lezen waren. Boeken, tijdschriften, kranten. Om 11 uur ’s avonds nog even een Herald Tribune kopen en op een overdekt terras met een kop koffie gaan zitten lezen, als een man of vrouw van de wereld. Dat wil ik ook, dacht ik toen. Ik kocht een Le Monde en een pakje dure sigaretten (Benson &Hedges) en dronk een espresso. Van Le Monde begreep ik weinig, maar al lezend hoorde ik er bij.

Dit stukje loopt ten einde. Ik heb een boek te lezen, Medeplichtig van Nicci French. Een fijn boek. Wendy Videoland wacht waarschijnlijk op de film. Ik zal haar vermoedelijk ook nooit tegenkomen in een Haagse tram. En als dat het geval zal zijn, is het enige boekje in haar tas, de dienstregeling.

Alcoholisten maken het zich makkelijk

Philip Elzerman schreef deze week in zijn column in de Stem van Dordt dat het zo slecht gaat met de horeca in Dordrecht. De ene na de andere tent sluit zijn deuren. En wat al dicht was, blijft dicht. Sinds donderdagmiddag weet ik waarom.

Het groepje alcoholisten in de Kromme Elleboog naast parkeergarage Drievriendenhof heeft de beschikking gekregen over banken. Zo, effe zitten voordat ik omval van de zoveelste halve liter goedkoop bier. Want het best vermoeiend de hele dag staand drinken. Dat drinken op de openbare weg verboden is, daar weten we niets van af. Er wordt toch niet ingegrepen. We staan immers uit het zicht van toeristen en winkelend publiek.

Wie die banken heeft neergezet, is een raadsel. Die banken waren van de filmploeg die op die plek bezig is. Aanvankelijk dacht ik te maken te hebben met stedenbouwkundigen en architecten die een ruimtelijke oplossing voor het probleem gingen bedenken. Nee, het zijn mensen van theatergroep Omsk die een er een korte film opnemen voor hun eerstvolgende theaterproductie. De filmmakers nemen de aanwezigheid van de Dordtse drinkenbroeders (en zusters) voor lief. Dat tijdens de eerste opnamedag een van alcoholisten onwel werd, was een filmische meevaller. Maar goed, de houten banken zijn weer weg. De Dordtse groep innemers moet weer staand aan de drank.

Ik heb een van mijn vorige weblogs over het Kromme Elleboog-probleem aan Dordtse politieke partijen gestuurd, maar uit die hoek heb ik weinig vernomen. Alleen Groenlinks reageerde en die partij zou een speciale begeleidingsclub waarschuwen.  Ik hoop niet dat het zo’n typische Groenlinks-oplossing wordt, zoals een kopje thee drinken met betrokkenen en een goed gesprek.

Meer internetnieuws

Mijn blog van maandag over het gebrek aan Dordts nieuws op het internet leverde enkele nieuwe webadressen op die de moeite van het bezoeken waard zijn.

RTV Dordrecht bijvoorbeeld heeft een overzichtelijke site waar je als Drechtstedeling terecht kunt voor nieuws en echtergronden, inclusief video. Dan is er ook iDordt met onder meer twitterberichten van bekende en minder bekende Dordtenaren, nieuws, een uitagenda en zelfs een webshop.

Dus zo erg als ik het schetste is het niet. Gelukkig maar.

 

http://www.idordt.nl/home.html

 

http://www.rtvdordrecht.nl/index.php?page=regionieuws

Opsporing verzocht: Dordts nieuws op internet

Waar kunnen de nieuwsgierigen nog terecht op het wereldwijde web als het over Dordt gaat? RTV Rijnmond, Dordrecht.net en Dordtnu. schieten me te binnen. Sinds het AD in handen is gekomen van een Belgische mediamagnaat is het nieuws over Dordrecht op het internet verder geslonken. Het AD heeft vrijwel geen nieuws meer over de Merwestad op z’n site. Het is allemaal een beetje armetierig geworden.

In de beginjaren van het internet begon fotograaf/journalist Jaap Bouman met zijn Dordt.nl. Dat was leuk. Nieuws en forumdiscussies. Jaap schrok echter zo van de felheid van dat forum dat hij het sloot. Ik zou hem willen aanraden eens op sites van het AD, De Telegraaf of GeenStijl te kijken. Dat is pas fel en grof. Maar goed. Dordt.nl bestaat nog, maar leidt zo te zien een slapend bestaan. Ziet er uit als een natte krant van eergisteren.

dordrecht

Dordtnu is de website van het gelijknamige weekblad en loopt doorgaans drie dagen achter de feiten aan. Wie actueel politienieuws wil lezen, kan beter naar politie.nl surfen dan Dordtnu te bekijken. Als er in Dordt een lijk is gevonden, is het al begraven als het op Dordtnu staat. Niet verwonderlijk, het is een weekblad, dus die nemen de tijd. Een keer per week een deadline en verder persberichten knippen en plakken.

Nee, dan kun je beter gaan naar Dordrecht.net. Ziet er een beetje saai uit, maar is wel up-to-date. Om het politienieuws maar weer als graadmeter te nemen: het staat er heel snel op.

Dan hebben we nog de website van RTV Rijnmond. Die is in hoofdzaak toch op Rotterdam e.o. gericht, maar heeft wel nieuws uit Dordrecht als er echt nieuws is. Want dat is wel het probleem. Er is weinig nieuws te melden uit mijn stad. Ik heb een tijdje als verslaggever gewerkt op de Rotterdamse redactie van het ANP. De Drechtsteden vielen ook onder het aandachtsgebied. Maar tot veel berichten heeft dat niet geleid. Er gebeurt niet zo veel, althans wat landelijk interessant is.

Toch ben je als geboren en getogen Dordtenaar die geen abonnement heeft op AD De Dordtenaar benieuwd naar wat er zoal te melden valt. Waar de discussies over gaan, wat de mensen bezighoudt. Ik lees het niet op het internet. Het www is een beetje Dordt-loos als we de commerciële sites en de gemeentesite niet meerekenen.

Misschien moet ik wat meer over m’n stad gaan bloggen. Maar ja, wie leest me eigenlijk?

Handhaving Dordts alcoholverbod lachertje

Sinds vorig jaar geldt er in de Dordtse binnenstad een alcoholverbod. Drinken in de openbare ruimte is er verboden. Deze zondagochtend loopt er weer een haveloos groepje mannen langs mijn huis, halve liters Euroshopper-bier in de hand en op weg naar hun vaste stek naast parkeergarage Drievriendenhof. En daar staan ze dan de rest van de dag dronken te worden, in het openbaar.

Ik heb er eerder over geschreven op deze plek. Maar wat me verbaast is dat er niets verandert. Een brief naar de gemeente leidde tijdelijk tot meer handhaving, maar verder is alles bij hetzelfde gebleven. Er wordt gewoon weer veel gezopen op straat.

Laat ik voorop stellen dat ik niet direct last heb van deze groep alcoholisten annex daklozen. Ze staan buiten mijn gezichtsveld. Als ik m’n auto ga halen of naar het winkelcentrum loop, zie en hoor ik ze wel. Ze praten luid, ze urineren in alle hoeken en gaten van de Kromme Elleboog. Het is geen prettige omgeving meer. De kinderen van mijn buren die er vaak voetbalden, durven er niet meer te komen.

Afgelopen week stond er plotseling een politiewagen bij de openbare zuipkeet. Agenten spraken de Euroshopper fangroep aan. Zo, eindelijk actie. De andere dag was het echter weer partytime. Verder liep er deze week een keurig groepje mannen en vrouwen rond. Sommigen maakten aantekeningen, een man legde van alles vast met een videocamera. Ze hadden de uitstraling van stedenbouwkundigen of een aanverwante vakgroep. Zal er een ruimtelijke oplossing komen voor de verzamelplek? Want dat is het probleem, de inrichting van deze locatie. De alcoholisten staan er droog en uit de wind, onder het plafond van niveau 1 van de parkeergarage. Krijg ze daar maar eens  weg.

In heb medelijden met mijn buren die wel dagelijks zicht hebben op het armzalige gezelschap. Met de raadsverkiezingen in aantocht moet er toch een lokale partij zijn die zich druk maakt om dit verschijnsel. Ik ga ze maar eens wijzen op mijn weblog.

Voorlichters de weg kwijt

Afgelopen week was de week van de onbeholpen voorlichter. Het begon dinsdag al meteen goed met het meisje van de NS die zei dat er in een trein op station Den Bosch een explosief was gevonden. Alle seinen sprongen op rood in medialand. De politie wist echter van niets. Verwarring alom dus.

telefoon vrouw

In het eerste half uur van een opkomend nieuwsfeit is het altijd chaotisch op voorlichtingsgebied. Als journalist wil je meteen zoveel mogelijk aan de weet komen. Politie, brandweer, ziekenbroeders, de burgemeester? Wie zullen we nu weer eens bellen. Direct een direct betrokkene aan de lijn krijgen, is er niet bij. Overal zit een woordvoerder tussen. Maar die verkeert kennelijk in net zo’n chaotische situatie als de nieuwsredacties.

In het geval van de verwarring zaaiende verwarde man in Den Bosch was de voorlichting een rommeltje. Die mevrouw van de Nederlandse Spoorwegen die op eigen houtje meldde dat de verwarde man in de verwarde witte jurk een bom had achtergelaten in de intercity zal waarschijnlijk naar een nieuwe baan moeten uitkijken. Terecht. Zij bracht het hele land in rep en roer. Check en dubbelcheck geldt voor zowel de journalist als voor  de communicatiedeskundige. De pers kan niet zo maar wat roepen, de voorlichter al helemaal niet. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Het werd er later in de week niet beter op. Donderdag belde ik de politie in Den Haag omdat een persalarm van die zelfde politie sprak van een demonstratie bij de Iraanse ambassade waar ‘de emoties en spanningen opliepen’. Nieuws! De politiewoordevoerder die ter plaatse ging zei nog grappenderwijs dat hij zo snel mogelijk bij de ambassade wilde zijn als ik hem tenminste niet langer ophield. Na 20 minuten belde ik weer met de politie. Een voorlichtster wist te vertellen dat een bestorming van de ambassade was voorkomen dank zij ingrijpen van de ME en het plaatsen van hekken. Hup. Een bericht. Bleek later niet te kloppen. Twee collega’s van de vrouw belden naar de redactie om een en ander recht te zetten.

Vrijdagochtend een persalarm van de Brabantse politie: explosie in een elektriciteitshuisje in Deurne met als gevolg Deurne, Asten en Heusden zonder stroom. Een bericht. Een kwartier later bleek van een stroomstoring geen sprake. Bericht ingetrokken.

Waar gehakt wordt vallen spaanders. Dat geldt zowel de journalistiek als de voorlichting. Maar afgelopen week was het continu en revue van misverstanden. Maar goed, elke dag weer nieuw nieuws. Eens kijken wat de komende week weer gaat brengen.

Lekker dekt de lading niet bij Fred

Bij de Chinees

Bij de Chinees

Buiten de deur eten is iets anders ervaren dan de dagelijkse kost achter de deur. Als ik in een restaurant een gerecht krijg voorgeschoteld dat ik als redelijke goede amateurkok beter kan bereiden, dan hoeft het al niet meer.

Mijn moeder zaliger mat het succes van een rstaurantbezoek af aan de hoeveelheid schaaltjes die op tafel werden gezet. Van der Valk is daar groot mee geworden. Drie soorten groenten, drie bereidingen van aardappel en een hele grote wiener schnitzel. Aanvallen. Veel is goed geldt nog steeds. De wokrestaurants met de all you can eat-filosofie doen het uitstekend. Het zijn distributiecentra van de kiloknaller, enorme vreetschuren die mannen met snorren, vrouwen met bloemkoolpermanent en drukke kinderen aantrekken. Voor de deur staat een keur aan tweedehands Japanse auto’s.

Het gaat bij deze schransfestijnen om de kwantiteit. La Grande Bouffe, maar dan met eurochinezen. Maar het kan gelukkig ook anders.

 

Enkele dagen geleden genoot ik van een uitstekend diner in het Rotterdamse restaurant Fred dat onlangs een Michelin-ster kreeg toebedeeld.  De ontvangst, de ambiance, de bediening en het eten waren top. Eten in een toprestaurant is een beleving. Dat begint al met het achteloos afgeven van je autosleutel voor de valetparking.

Chefkok Fred Mustert kookte eerst in La Vilette aan de Westblaak. Daar vertrok hij en nam ook de enige ster mee. Fred heeft het aan de Honingerdijk goed voor elkaar. Feestelijk ingerichte tent met gerechten als coquille en krab en duif en morilles. Steeds twee ingrediënten die de hoofdrol spelen. Mooie gerechten, plaatjes op het witte bord, smaaksensaties voor de mond waarvoor het woord ‘lekker’ te kort schiet.

Ik moest na deze smaakvolle avond denken aan een etentje met het gezin in het Dordtse eetcafé De Dulle Griet. Een wereld van verschil. De Dulle Griet kookt zoals je het kunt voorstellen bij zo’n griet: grof  en weinig subtiel.  De rosbiefplakjes van het voorgerecht waren zo grijs als een grauwe en koude winterdag. Een ook de rest van de maaltijd had een ongeïnspireerd karakter.  De waterkan kleefde aan de ongedekte tafel, waardoor ik me voornam om nooit meer aan een ongedekte restauranttafel te eten. De zaak had door zijn verlichting en inrichting het karakter van een opvangtehuis voor de smakelozen. De gezinsleden klaagden overigens niet, maar lazen aan mijn lichaamshouding mijn afkeer.

Dus moest vader enkele maanden later duur doen bij Fred.  De creditcard stond inderdaad roodgloeiend na afloop, maar wat een feest was het. Dan maar wat minder vaak uit eten, dan neerstrijken in De Dulle Griet of welk eetcafé dan ook.

Berichtgeving Haïti had compacter gekund

Radioverslaggever Hans Jaap Melissen was in Haïti kort na de aardbeving die aan tienduizenden mensen het leven kostte. Op zijn weblog en in het tijdschrift Villamedia schrijft Melissen over de enorme media-aandacht die de ramp veroorzaakte en de nadrukkelijke jacht van de media naar menselijke ellende. Rampenporno noemt Melissen het.

Het natuurgweld dat in Haïti toesloeg was verwoestend. Het toch al straatarme land was met de grond gelijk gemaakt. Althans, dat beeld ontstond in de rest van de wereld. Melissen relativeert de omvang. De hoofdstad Port-au-Prince was zwaar getroffen, maar er stond nog veel overeind. NRC Handelsblad liet onlangs op overzichtkaarten zien dat de omvang van de verwoesting inderdaad kleiner was dan gedacht.

Maar in  Haïti was de jacht op drama geopend en in Nederland zat er een 555-televisie-actie aan te komen. Om maar in rampentermen te blijven: er ontstond in Nederland een tsunami aan berichten over de ramp.  Redacties van alle media gooiden alle beschikbare menskracht in de strijd om maar zoveel mogelijk narigheid in beeld te brengen of te beschrijven. De eerste dagen na zo’n gebeurtenis is dat begrijpelijk, maar op een gegeven moment is het wel genoeg geweest. Dan ontstond er een soort rampenmoeheid. Ook bij de inmiddels murw gemaakte nieuwsconsument die in allerlei peilingen liet weten er geen cent voor over te hebben.

Maar ja, er moet nog geld worden ingezameld. Een grote actie heet dat dan. Anderhalf uur gebedel op een publieke en twee commerciële zenders. Veel bekende Nederlanders, zo’n 350, deden er aan mee. Hoe krijg je die in godsnaam in 90 minuten gepropt? Geen probleem, we zetten ze in een telefoonpanel. Dus kon het gebeuren dat je Dirk Scheringa aan de lijn kreeg als je wilde doneren, of Geert Wilders. Leuk voor de Marokkaanse gulle gever. Intussen zongen André van Duin, Karin Bloemen, Jorgen Rayman, Trijntje Oosterhuis, Guus Meeuwis soms valse duetten met elkaar. Vreselijk, dit soort op emoties inspelende programma’s.

Melissen schrijft: ,,De giro-555 actie kwam en mij werd gevraagd radio-portretten te leveren die “best een beetje heftig en emotioneel mochten zijn, omdat die worden ingezet om mensen over te halen geld te geven…”  Ik leverde één portret, van een Haitiaan die ernstig twijfelde aan het zenden van geld. Maar ik worstelde niet alleen met de ‘555’ uitzending. Het gevoel een leed-voyeur te zijn, een consument van rampen porno kwam steeds weer boven.”

De tv-actie haalde heel veel geld binnen, maar van een historische tv-avond was geen sprake, al deden sommige media hun uiterste best om het publiek dat te doen denken. Hoe erg het de ramp ook mis die Haïti heeft getroffen, het was veel meer een ver-van-mijn-bedshow dat destijds de tsunami. Die trof bijna een heel werelddeel, landen waar Nederlanders met vakantie gaan en waar veel Nederlanders omkwamen. De berichtgeving daarover liep veel langer door en terecht. De berichtenstroom over Haïti had wel wat compacter gekund.

Ik heb zelf een euro gedoneerd door een boek te bestellen bij Bol.com. Dat was meer symbolisch dan doeltreffend. Wederopbouw en hulp is iets voor overheden. Die zijn ook in staat miljarden te steken in banken die dreigen om te vallen. In het NOS Journaal zag ik zaterdag de rijken van Haïti weer fijn lunchen op een zonovergoten terras en winkelen in een goed gevulde supermarkt. Het leven gaat door, op naar de volgende ramp.