Lekker dekt de lading niet bij Fred

Bij de Chinees

Bij de Chinees
Buiten de deur eten is iets anders ervaren dan de dagelijkse kost achter de deur. Als ik in een restaurant een gerecht krijg voorgeschoteld dat ik als redelijke goede amateurkok beter kan bereiden, dan hoeft het al niet meer.
Mijn moeder zaliger mat het succes van een rstaurantbezoek af aan de hoeveelheid schaaltjes die op tafel werden gezet. Van der Valk is daar groot mee geworden. Drie soorten groenten, drie bereidingen van aardappel en een hele grote wiener schnitzel. Aanvallen. Veel is goed geldt nog steeds. De wokrestaurants met de all you can eat-filosofie doen het uitstekend. Het zijn distributiecentra van de kiloknaller, enorme vreetschuren die mannen met snorren, vrouwen met bloemkoolpermanent en drukke kinderen aantrekken. Voor de deur staat een keur aan tweedehands Japanse auto’s.
Het gaat bij deze schransfestijnen om de kwantiteit. La Grande Bouffe, maar dan met eurochinezen. Maar het kan gelukkig ook anders.
Enkele dagen geleden genoot ik van een uitstekend diner in het Rotterdamse restaurant Fred dat onlangs een Michelin-ster kreeg toebedeeld. De ontvangst, de ambiance, de bediening en het eten waren top. Eten in een toprestaurant is een beleving. Dat begint al met het achteloos afgeven van je autosleutel voor de valetparking.
Chefkok Fred Mustert kookte eerst in La Vilette aan de Westblaak. Daar vertrok hij en nam ook de enige ster mee. Fred heeft het aan de Honingerdijk goed voor elkaar. Feestelijk ingerichte tent met gerechten als coquille en krab en duif en morilles. Steeds twee ingrediënten die de hoofdrol spelen. Mooie gerechten, plaatjes op het witte bord, smaaksensaties voor de mond waarvoor het woord ‘lekker’ te kort schiet.
Ik moest na deze smaakvolle avond denken aan een etentje met het gezin in het Dordtse eetcafé De Dulle Griet. Een wereld van verschil. De Dulle Griet kookt zoals je het kunt voorstellen bij zo’n griet: grof en weinig subtiel. De rosbiefplakjes van het voorgerecht waren zo grijs als een grauwe en koude winterdag. Een ook de rest van de maaltijd had een ongeïnspireerd karakter. De waterkan kleefde aan de ongedekte tafel, waardoor ik me voornam om nooit meer aan een ongedekte restauranttafel te eten. De zaak had door zijn verlichting en inrichting het karakter van een opvangtehuis voor de smakelozen. De gezinsleden klaagden overigens niet, maar lazen aan mijn lichaamshouding mijn afkeer.
Dus moest vader enkele maanden later duur doen bij Fred. De creditcard stond inderdaad roodgloeiend na afloop, maar wat een feest was het. Dan maar wat minder vaak uit eten, dan neerstrijken in De Dulle Griet of welk eetcafé dan ook.